Never forget

Vorige week dinsdag
Het is stralend weer en mijn vader en ik gaan lekker zeilen. Na een paar uur heerlijk genieten van zon, wind en water meren we weer aan bij de haven om daar nog een uurtje op ons gemak rond te keutelen op de boot. Wat kleine reparaties doen, rommeltjes verzamelen, beetje opruimen. Een goede dag zeilen sluit je immers af met de boot netjes achter laten. Ik hang tussendoor ook wat rond. Genietend van het zonnetje.

Rond vier uur varen we op de motor terug naar onze ligplaats. We komen langs een aantal huisjes en bij een daarvan zit op het terras een mevrouw te lezen als er opeens een gedachte door mijn hoofd schiet. “Ja ja Margriet. Werken kan je niet, maar lekker een middagje zeilen kan wel. Ja ja.” Vrijwel meteen zeg ik tegen mezelf dat het zo niet werkt, maar de gedachte blijft rondspoken in mijn hoofd.

Toen ik echt niet meer kon dan op de bank liggen en in huis niet zonder rolstoel kon, was het duidelijk. Ik was amper in staat om voor mezelf te zorgen. Werken was wel het laatste wat in mijn hoofd op kwam. Maar nu…

Nu ik niet meer op de bank lig, maar op de bank zit. Nu ik twee keer per dag een rondje van 190 meter loop. Nu ben ik hard voor mezelf. Ook al is dat rondjes lopen geen vanzelfsprekendheid. Ook al is de afwas nog steeds niet iets dat ik huppelend doe. En ook al blijft douchen iets dat ik soms liever oversla.

Op goede dagen vergeet ik dat. Vorige week dinsdag om vier uur was ik vergeten dat ik anderhalf uur eerder aangaf dat ik eigenlijk wel terug wilde naar de haven omdat ik erg veel pijn in mijn rug, armen en handen begon te krijgen. En vond ik dat kunnen zeilen betekent dat werken ook gewoon kan.

Vandaag
Ik word wakker met vlammende pijn in mijn onderrug. Na een onrustige nacht die gekenmerkt werd door pijn in mijn heup en mijn bovenbenen. En door niet ontspannen kunnen liggen door de heftige pijn in mijn onderrug. Alleen op mijn zij kan ik, zolang als mijn schouder het verdraagt, pijnvrij liggen.

Het is niet de eerste ochtend deze week dat ik zo wakker word. Mijn lijf heeft me sinds vorige week dinsdag weer met mijn neus op de feiten gedrukt. Na twee dagen ‘naweeën’ van het zeilen in de vorm van fikse (boven)rugpijn, slappe benen en zere armen liep ik vrijdagochtend eindelijk weer mijn vaste rondje.

En liep ‘even naar de bieb’ uit op een scoottocht van 38,5 kilometer. En dat was dom van me. Want ohja. Er was een reden dat ik geen lange tochten meer maak. Daar houden mijn rug en armen niet van. Zeker niet als ze een paar dagen eerder ook al ‘mishandeld’ zijn.

De rest van de middag en avond zit ik mezelf te vervloeken op de bank. Met rugpijn en handen waarmee ik nog geen deuk in een pakje boter kan slaan. Mijn vader belt om te vragen of ik morgen mee ga zeilen. Ik zeg niet meteen nee, maar wel dat ik pas de volgende ochtend kan besluiten. Eerst maar eens zien wat de nacht doet.

De volgende ochtend weet ik al voor ik mijn ogen open heb dat zeilen een absoluut no go is. De rugpijn is dusdanig dat ik niet eens normaal op de wc kan zitten en er zelfs bijna vanaf val. Lang leve de muurbeugel die me door de gemeente is opgedrongen. Komt ie na al die jaren toch nog eens van pas.

De rest van de dag sta ik in standje volledige rust en warempel trekt mijn rug een beetje bij. De volgende dag is het weer mooi zeilweer, maar mijn ouders gaan fietsen en ik ga in mijn bikini in hun tuin liggen. Dat ik er fysiek echt nog niet ben, merk ik als ik een paar keer heen en weer moet lopen om wat dingen te pakken. Mijn benen zijn zwaar, mijn bovenbenen verzuren al na drie stappen en mijn rug is zowel boven als onder gammel. Omdat ik maandag al vroeg een afspraak had, besluit ik geen medicijnen te nemen. Daarvoor heb ik dan de volgende ochtend te veel opstarttijd nodig.

Maandag word ik wakker met pijn in mijn onderrug en in mijn benen. Na mijn afspraak houd ik me de rest van de dag rustig, maar de pijn neemt toe en breidt uit. Stom genoeg vergeet ik ‘s avonds de tijd en is het tegen de tijd dat ik naar bed ga te laat om medicatie te slikken. Dom dom dom.

Ook vandaag heb ik noodgedwongen praktisch de hele dag in allerlei houdingen op de bank gelegen en gehangen. Het heeft enige verlichting gebracht, maar de afstanden in huis voelen als een marathon.

Het frustreert me dat ik opeens weer zo aan de bank vastgeplakt ben. Het lopen ging zo lekker. Er diende zich zelfs alweer een snood plannetje aan in mijn hoofd. Maar in plaats van daar mee bezig zijn en naartoe te leven, moet ik straks weer opnieuw opbouwen wat ik de laatste weken had bereikt. Stom vind ik het. Heel stom.

Maar wellicht is het ook goed. Goed om te weten dat mijn lijf weliswaar in een betere conditie is dan een aantal maanden geleden, maar er weer even op gewezen worden dat het nog steeds heel kwetsbaar is. Dat het chronisch ziek is. En dat werken echt nog steeds heel wat bruggen te ver is. Of zoals zij vorige week zei:

“Wij nemen een dag vrij van ons werk om te gaan zeilen en moeten dat later inhalen. Jij neemt een dag vrij van je lijf en krijgt daar na afloop de rekening voor.”

Dus lijf. Sorry. Ik weet het weer. Mag de pijn nu dan asjeblieft weer een tandje minder?

4 gedachten over “Never forget”

  1. Wat een lastig lijf heb je toch. Maar je zult het er helaas mee moeten doen. Toch hoop ik dat je lijf ook een keer haar verzet opgeeft en met je geest meewerkt. Nu even rustig aan om straks weer een paar stappen vooruit te maken. Met runkeeper natuurlijk 😉

  2. Het lijkt zo logisch dat je vergeet hoe het ook kan voelen als je in een positieve flow zit, en dat moet ergens ook. Maar nu wordt je wel weer heel erg met de neus op de feiten gedrukt. 🙁

  3. Herkenbaar dat je soms even vergeet waarom je ook weer met een uitkering thuis zit. Dat je meegaat in die positieve flow. Dat je in je hoofd plannetjes bedenkt om er nog een schepje bovenop te doen. Dan is het extra balen dat je lijf je terugfluit. Je weer met de neus op de feiten drukt. Blijkbaar had je dit weer even nodig. Maar dat ‘even’ is nu wel weer voorbij: kappen met die pijn dus. Nu graag!

    Dikke knuffel!

  4. Lastig. Ik merk het met @Roleend ook. Voor hemzelf en dan moet ik op hem inpraten. Maar ook bij mezelf. Dat ik dan al gauw geneigd ben meer van hem te verwachten dan wat hij kan.
    Maar hij heeft gisteren 300 m gelopen in minder dan 10 minuten. Op naar Brazilië over vier jaar!

Reacties zijn gesloten.