Snood plannetje (3)

In juli ‘logeerde’ ik anderhalve week in het huis van mijn ouders. Dat begon met de behoefte te vluchten voor mijn buurman gecombineerd met de voorspelling dat er vier tropische dagen zouden komen. Tropische dagen die dus uitermate geschikt zouden zijn om in bikini in hun tuin te liggen. En aangezien zij met de sleurhut op vakantie waren, had ik het hele huis voor mezelf. En was het voor de kat, a.k.a. het harige alarm, ook wel zo gezellig. Drie weken opgesloten zitten in de keuken is nu eenmaal niet haar idee van het perfecte leven.

Op maandagmiddag lag ik lekker van de zon te genieten, in bikini uiteraard, toen er opeens een (mij) vreemde man in de tuin stond. *schrik* Het bleek de schilder te zijn. Met het plan de volgende dag aan de slag te gaan met de buitenkant van het huis, want dat stond al een tijdje op de planning maar was er nog niet van gekomen.

Ik dubde even en zei toen maar gewoon ‘oké’. Met de wetenschap dat mijn ouders dan thuis zouden komen in een vers geschilderd huis. Beter kan niet toch? En mijn bikiniplannen zou ik gewoon doorzetten. Vreemde mannen om het huis of niet, voor mij was het vakantie. En ik gaf dus ook aan dat ik niet vroeg op zou staan voor ze, want a dat kan ik niet en b ik ben op ‘vakantie’. Maar dat was allemaal geen probleem en dus gingen ze de volgende dag aan de slag.

Intussen had zich in mijn hoofd een plannetje gevormd. Een plannetje dat eigenlijk al een paar jaar in de vorm van een vraag door mijn hoofd dwaalde. In de zomer van 2007 zat ik in Heliomare, in een laatste poging het herstel van de laatste operatie vlot te trekken. Om sterker te worden moest ik van de fysio elke dag fietsen. Minimaal een half uur. En dus fietste ik elke dag vanuit Wijk aan Zee naar het station in Beverwijk en weer terug. Volgens Google Maps een ritje van 10,4 kilometer. Na een week of acht werd duidelijk dat het met die revalidatie niet meer goed ging komen en vertrok ik weer naar huis. Alwaar ik braaf elke dag bleef fietsen, want dat was goed voor me.

Tot ik met een paar mensen een weekendje naar Ameland ging. Aangekomen bij de boot stapte ik uit de auto met gillende rugpijn. Rugpijn die niet meer overging. Die maakte dat ik niet meer op mijn fiets kon zitten, laat staan dat ik elke dag minimaal een half uur kon fietsen. Die maakte dat ik steeds vaker steeds langer op bed lag. Mijn fiets belandde in een hoekje van de garage. Stof verzamelend.

Toen ik op mezelf ging wonen, verhuisde hij wel mee natuurlijk. En probeerde ik het nog een keer. Een klein rondje van nog geen tien minuten zorgde voor twee weken krom lopen. Lesje geleerd. Fietsen is niet meer aan mij besteed. Zodoende gaf ik zonder aarzelen mijn fiets mee toen mijn moeder haar eigen fiets even niet kon gebruiken. Hier stond hij toch ook maar confronterend te zijn.

En toch. Once again kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Want af en toe kwam de vraag weer bovendrijven. ‘Zou ik kunnen fietsen?’ Maar hem uitspreken durfde ik niet. Laat staan dat ik me waagde aan het proberen. Want het zou vast niet lukken en dan zou het een grote demotiverende teleurstelling zijn en daar heb ik er wel genoeg van gehad de afgelopen jaren. Maar afgelopen zomer waagde ik me er toch aan. Op een moment dat er niemand thuis was op de schilders na dan. Op ‘fysiodag’, zodat hij me kon oplappen mocht het niet lukken.

Op donderdag 26 juli pompte ik de banden van mijn fiets op en vertrok om iets in de brievenbus te doen. 1,05 kilometer was het. Volkomen op mijn gemak, in een heel rustig tempo en met een grijns van oor tot oor fietste ik in iets meer dan vijf minuten dat stukje. Zonder pijn in mijn rug. Zonder pijn in mijn benen. Eenmaal weer thuis liepen de tranen over mijn gezicht en stuurde ik mijn ouders een smsje om ze op de hoogte te brengen van mijn actie.

Sms

Mijn fysiotherapeut geloofde me niet toen ik het hem een paar uur later vertelde. Maar het was echt zo. En de volgende dag deed ik het weer met een iets korter stukje. En de dag daarna ook. En omdat de schilders nog niet klaar waren, besloot ik maar gewoon te blijven tot mijn ouders weer terug zouden komen op 3 augustus. En elke dag te fietsen. Vanaf 1 augustus zelfs twee keer per dag. Waarbij ik er natuurlijk voor zorgde dat ik 3 augustus pas voor de tweede ronde ging toen mijn ouders thuis waren. Om het te laten zien. Om het vast te laten leggen. ZE FIETST!

Ze fietst!

 

Eenmaal weer thuis kwam er niets meer van fietsen want mijn fiets bleef, heel bewust, bij mijn ouders. Om te voorkomen dat ik *kuch* te hard van stapel zou lopen en elke dag kilometers ging maken. Want die verleiding was groot. In plaats daarvan liep ik weer keurig elke dag een rondje en stapte ik alleen op de fiets als ik bij mijn ouders was. Waar ik inmiddels een afstand van 1,65 kilometer in de benen had. Mijn rug liet niet van zich horen, mijn benen lieten wel merken het maar zo zo te vinden. Iets dat ik weet aan te weinig conditie en waar ik dus mijn schouders bij ophaalde.

Tot ik half september een briljant plan bedacht! Want wat nou als ik de fiets van mijn moeder zou gebruiken? Daar zit trapondersteuning op en dat betekent dat mijn spieren minder hard hoeven te werken voor hetzelfde resultaat. Misschien zou ik dan zonder pijn kunnen fietsen. Misschien zou ik dan de bruggen die de wijk van mijn ouders aan alle kanten ‘afsluiten’ over kunnen. Misschien zou ik dan zelfs wel ‘een rondje meer’ kunnen fietsen?

Ik vroeg mijn moeder om uitleg hoe haar fiets werkt en mijn vader of hij met me mee wilde. Just in case. Maar het ging gewoon geweldig. Geen pijn. In een kwartiertje legden we 4,59 kilometer af. Fluitend.

Op de fiets van mams

Stuiterend en enorm hyper kwam ik weer thuis. Wat een overwinning. Wat een, toch wel onverwacht, cadeautje! Twee dagen later ging ik op de fiets naar de kapper. Want dat was waarom ik die bruggen over wilde. Om daar op de fiets heen te gaan. Om daar zonder kruk naar binnen te stappen (want die kan niet mee op de fiets van mams). En dat lukte. Wat een vrijheid! En omdat mijn ouders dat weekend niet thuis waren en de kat het harige alarm aandacht wilde, sliep ik weer daar. En fietste ik elke dag.

Inmiddels is het december en staat er 122 kilometer op de teller. Want nee, ik zat niet bepaald stil de afgelopen maanden. Elke keer dat ik bij mijn ouders was, stapte ik op mijn moeders fiets. En merkte ik dat ik iedere keer een beetje sterker was. Een beetje verder kon. Een zwaardere versnelling kon gebruiken.

En dus had ik op 16 november opeens weer een plan in mijn hoofd. Want ik wilde weer het rondje meer fietsen dat ik twee maanden eerder met mijn vader fietste. Alleen dit keer op mijn eigen fiets. Voor de zekerheid ging mijn moeder mee op haar fiets. Mocht ik het niet redden dan konden we ruilen om niet halverwege te stranden.

Op mijn eigen fiets!

Maar net als twee maanden eerder ging het geweldig. Geen pijn. Zonder enige moeite kwam ik de bruggen over. In een kleine 20 minuten fietsten we het rondje. Stuiterend kwam ik thuis. Hyper. Wat een vrijheid! Wat is het heerlijk om weer echt bezig te zijn. Het warm te krijgen van mijn inspanning. De wind door mijn haren te voelen. De kou in mijn neus te voelen bijten.

En om te bewijzen dat het niet eenmalig was, dat rondje op mijn eigen fiets, maakte ik gister in mijn eentje een iets groter rondje. Gewoon. Alsof ik dat de afgelopen zes jaar elke dag deed. Niemand die aan mij zag dat het dit jaar nog maar de tweede keer was dat ik op een gewone fiets zo’n stuk fietste.

Als ik loop, vragen mensen zich af waar die kruk voor is.

Als ik met mijn rolstoel ergens rondrijd, vragen mensen zich af waarom ik niet kan lopen.

Als ik op mijn scootmobiel door de stad rijd, kijken mensen me na met de vraag waarom ik op zo’n ding zit.

Op de fiets ben ik gewoon een vrouw van 29.

Op de fiets ben ik net als iedereen.

Iemand die geniet van het uitzicht.

IMG_1431

Dromend van wat er achter de horizon, in de toekomst, verborgen ligt.

IMG_1434

24 gedachten over “Snood plannetje (3)”

  1. Wat geweldig dat dat nu “gewoon” weer kan…fietsen!
    Kan me voorstellen dat je je heerlijk voelt, en trots en alles. Gaaf joh!

  2. Gaaaaaaf!!!!! Dan krijg ik zeker binnenkort een telefoontje, dat je langskomt……!!!!!!! op de fiets wel te verstaan……………….Knuffel van D 216

    1. De enige zieke persoon hier ben jij anonieme Clarissa. Als er iemand graag zou werken is het Margriet. Als je haar zou kennen zou je dat weten. Dat de ziektekosten de pan uit rijzen is waar maar dat komt niet door de mensen die het tegen hun wil in echt nodig hebben. Get a life en ga lekker op de Telegraaf reageren ofzo

    2. En wat zijn dan de ziektekosten van een rondje fietsen? Je kunt beter blij zijn dat mensen alles willen doen voor hun herstel in plaats van achterover te leunen en hun handje op te houden. Ik hoop maar voor jou dat je nooit wat gaat mankeren, want dan moeten wij ook nog voor jou gaan betalen. Dat zou wel heeeeel onterecht zijn.

    3. Als je eens de moeite had genomen om Margriets blog goed te lezen, had je deze opmerking wel voor je gehouden, omdat je dan zou weten dat ie kant nog wal zou slaan. Wat een onvoorstelbaar botte opmerking van je. Elke mens moet eerst leren lopen, voordat het de wereld kan gaan ontdekken. Dat geldt voor Margriet precies hetzelfde, dus houd je mond als je alleen maar dit soort kortzichtige opmerkingen weet te maken. Ik heb ontzag voor Margriet dat ze blijft proberen om beter te worden, maar van mensen zoals jij hoeft ze geen steun te verwachten, dat blijkt wel weer.

  3. Je bent een topper, echt geweldig, degene die zo een negatieve reactie heeft achtergelaten heeft totaal geen besef van hoe ver jij gekomen bent en wat een overwinning dit is. Wat enorm fijn dat je zonder pijn weer hebt kunnen fietsen, wat een ieder gezond mens de gewoonste zaak van de wereld mag zijn, is voor jou bijzonder.

  4. Clarissa, gelukkig heb jij zo’n enorm succesvol en geweldig leven dat je iemand anoniem dat soort verwijten mag maken. Want omdat Margriet niet werkt, moet jij meer betalen? Een beetje jammer voor je dat ons zorgstelsel niet zo in elkaar zit schat, had jij als enorm succesvol mens toch moeten weten! 🙂

  5. Ik vind het zo geweldig voor je meis en ik zit echt met open mond naar je foto te kijken waarop je stralend op de fiets zit. Wie had dit ooit durven dromen. Geniet van de wind door je haren, de kou die in je neus bijt en deze ontzagwekkend grote prestatie, want je flikt het m wel weer! 🙂

  6. Fijn Clarissa dat jij zo goed weet waar het aan ligt in NL! Ga je maar gauw in Den Haag melden en laat Margriet met rust! Typisch een reactie van iemand die zich (denk ik) niet in Margriet heeft verdiept! Jammer!

    Margriet, laat Clarissa maar lullen, wij weten wel beter!

Reacties zijn gesloten.