Geen wonder!

Picture this: ik zit bij de opticien te wachten tot ik aan de beurt ben om even wat aan mijn bril te laten verbuigen. Het ding drukt een gat in mijn neus.

Omdat er een stel voor mij is, zij nog wel even zoet lijken te zijn en ik al een aardig stukje heb gelopen vanaf de auto ga ik er bij zitten. De man van het stel ziet mijn kruk en vraagt “Je knie?” (is weer eens wat anders dan “Wat is er met je voet?”, “Op wintersport geweest?” en weet ik veel wat voor creatiefs ik de afgelopen jaren al naar mn hoofd heb gekregen). Ik reageer, beleefd als ik ben, met een glimlachje en “Nee, mijn heup”. “Oh joh! HD?” (Voor de leken: hd = heupdysplasie, de afwijking waar ik mee geboren ben). Ik antwoord van ja en hij begint meteen te vertellen dat zijn kinderen dat ook hadden en dat die na een spreidbroekje gewoon helemaal ‘genezen’ waren.

Dit is ongeveer vergelijkbaar met “Een kunstheup? Oh, maar de tante van de neef van de vriendin van mijn achterbuurvrouw heeft ook een kunstheup en die loopt weer als een kievit hoor!”. Het is de categorie opmerkingen die een lichte mate van agressiviteit bij me losmaakt, die ik onderdruk met de gedachte “Ze weten niet beter, ze bedoelen het goed”. Maar goed. Ik gaf toch nog even een korte reactie dat die spreidbroek bij mij niet voldoende was omdat de afwijking erg groot was en bovendien mijn heup niet goed stond. En dat ik gewoon veel pech heb gehad met complicaties enzo.

“Oh ben je geopereerd dan? Ja, dat hadden ze natuurlijk niet moeten doen. Ze wilden mijn kinderen ook opereren, maar dat heb ik geweigerd. Gewoon die spreidbroek doen, dat werkt prima.” Het was maar goed dat ik was gaan zitten, want anders had ik daar in mn onderbroek gestaan. Ik heb in mijn leven al heel wat domheid over heup(afwijking)en gehoord, maar deze kreeg me toch even stil. Ik kreeg zelfs nog even uitgelegd wat heupdysplasie is, hoe dat eruit ziet enzo, want tjah… Als ik ben geopereerd, dan hebben ze me dat vast ook niet goed uitgelegd.

Maar goed. Ik sloeg terug. Niet met mijn kruk, daar wil ik geen bloed aan. En shockeerde hem (en zijn vrouw) met de opmerking dat heupdysplasie zich in de groei opnieuw kan ontwikkelen (het is tenslotte een groeistoornis) en dat ik al sinds mijn twaalfde een kunstheup heb (altijd goed voor op de grond belandende kinnen) en dat zijn kinderen, inmiddels 32 en 35, dus best weer heupdysplasie zouden kunnen hebben. Ondanks dat geweldige spreidbroekje. Hij ging maar snel weer in gesprek met de opticien.

En toch… Achteraf vraag ik me altijd weer af waarom ik niet gewoon niet in ga op dit soort vragen. Want wat gaat het zo’n man überhaupt aan waarom ik met een kruk loop? En waarom zou ik me door een wildvreemde die twee woorden van me hoort moeten laten vertellen wat ik wel of niet goed doe?

Maar ja… Ik wil beleefd zijn. Mensen vriendelijk tegemoet treden. Open zijn.

Soms zou ik wel een beetje onbeleefder willen zijn. Gewoon “Ik heb geen zin om het hier over te hebben, want het gaat u niets aan” zeggen. Want om de een of andere reden is een kruk of een rolstoel kennelijk een vrijbrief om iemand om zn doopceel te vragen en daar dan vervolgens de eigen medische kennis overheen te storten.

13 gedachten over “Geen wonder!”

  1. Volgende keer gewoon zeggen dat je het interessant vindt staan zo’n kruk! 😀

  2. Ik kon een lachje niet onderdrukken…. Voor wat het waard is… Ik had mijn mond ook niet gehouden.

    1. Ik krijg vooral enorm de neiging mezelf te gaan verdedigen. Terwijl dat echt zinloos is bij dit soort mensen. En idd… Ik zeg zulke dingen dan ook niet meer op een subtiele manier, maar puur om te shockeren / terug te vechten.

  3. Con en ik maken altijd grapjes. Maar het blijft lastig om een goede manier te vinden om te reageren. Ook op opmerkingen over mijn postuur. Tuurlijk, ik ben te kort voor mijn gewicht. En dat soort dingen.
    Heb je weleens aan een dieet gedacht? Duh.
    En ja, van tweeling van mijn vriendin had de jongste, Claudia(de manke, what is in a name), ook HD. En ja, daar hielp het spreidbroekje wel, maar ik geloof niet dat ik dat ooit tegen je gezegd heb. Want geen twee mensen zijn hetzelfde en geen twee artsen doen dezelfde behandeling.

    1. Grapjes maken werkt soms wel inderdaad. Of er luchtig over doen. Al kan dat ook weer shockeren als mensen het bloedserieus nemen. Maar dat mensen zich zomaar met je gaan bemoeien, ik blijf het een wonderlijk iets vinden.

      Overigens is 95% van de baby’s met heupdysplasie ‘klaar’ na behandeling met een spreidbroek. Gelukkig maar!

  4. Ik denk echt dat het puur interesse was en dat het toen een beetje uit de hand liep. Dat kan toch ook? En dat dat vervelend is voor jou, dat snap ik.

  5. Mensen die altijd maar weer geinteresseerd (of nieuwsgierig) zijn en dezelfde vragen stellen, ik snap dat je daar recalcitrant van wordt. En dat het mensen helemaal niks aan gaat waarom je die kruk hebt, dat je ze het liefst even onderuit haalt. Dat het interessant staat vind ik wel een goede.
    Of als reactie op ‘je knie’, een ‘nee, m’n ogen’ eruit gooien, je zag immers bij de opticien 😉

  6. Volgens mij reageer je automatisch, omdat je een stukje belangstelling voelt.
    Vervolgens blijkt dat er iemand tegenover je zit die op dat moment wel een vraag stelt, maar niet in de luistermodus zit. Hij (of zij) kan zijn eigen verhaal even kwijt en vindt dat waarschijnlijk (onbewust) fijn.
    Herkenbaar hoor, ook soms bij mijzelf. Dat ik achteraf denk, maar heb ik nu geluisterd of er alleen vanuit mijn perspectief op gereageerd?
    Hopelijk denkt deze persoon dat ook achteraf. Dat hij na jouw reactie zich toch even afvraagt waarom het gesprek zo is gelopen…

  7. Het is nog niet eens zo erg als mensen belangstelling tonen en vragen wat je hebt, het ergste is als ze vervolgens al hun ‘kennis’ over je heen gooien en jouw situatie gelijk trekken aan die van hun. En dat is irritant ja. Héél irritant zelfs. Als ik zoiets bij mezelf merk, kan ik mezelf wel voor m’n hoofd slaan..

  8. ‘Die kruk heb ik om vervelende mensen (zoals u) een mep te verkopen zodra u ernaar vraagt’.

    Ik vind het zo herkenbaar, want ook ik antwoordde altijd netjes en beleefd als mensen ernaar vroegen, terwijl ze er inderdaad geen ruk mee te maken hebben. Je wilt hun hoe-lief-ook-bedoelde-belangstelling niet ‘bestraffen’, maar als ze de betweter uit gaan hangen, dan kreeg ik ook altijd de neiging om mezelf te gaan verdedigen. Slaat natuurlijk helemaal nergens op, want je bent ze niks verschuldigd en toch…je trapt er telkens opnieuw in.

    Het blijft een lastig iets en eerlijk gezegd weet ik niet wat de beste aanpak is: iemand netjes van repliek dienen dat niet elk lijf hetzelfde is, of uitleg geven. Want wat je zelf zegt: dat laatste komt vaak niet eens binnen…

Reacties zijn gesloten.