Harig alarm

Je werd als eerste geboren. Schreeuwend. Luidruchtig vanaf dat eerste moment. Maar in tegenstelling tot je broertjes en zusje kreeg je het niet voor elkaar om zelfstandig bij je moeder te drinken. In plaats van je plekje aan de tepel te verdedigen, kroop je steeds maar weer richting de kop van je moeder. En dus moesten we je bijvoeren met spuitjes kittenmelk. Een hoop gepruts en gepriegel maar het lukte. Toen je eenmaal zelf kon eten, schrokte je je eigen bakje in no time leeg om daarna snel op dat van de anderen af te gaan.

Eten!

Om dat te voorkomen, stond een van ons als een soort bewaking in de keuken. Zodra jij je bord leeg had, werd je in de kamer gezet en ging de deur dicht. ‘s Winters ging dat prima, maar zomers had je al snel door dat je via de openstaande tuindeur en het luikje in de garagedeur weer in de keuken kon komen en dus stond je dan binnen een minuut weer in de keuken (tot we bedachten dat we gewoon iets voor het luik konden zetten). Als iedereen was uitgegeten, mocht je de keuken weer in en ging jij direct alle bakjes af om te kijken of er nog iets te halen was. En had je naar je eigen beleving genoeg gegeten, dan ‘begroef’ je de rest. Dat dit niet erg wil met een linoleumvloer hield jou niet tegen om het keer op keer te proberen.

Nog maar een paar weken oud was je toen je je staart brak. Met plakband er omheen probeerden we hem te spalken maar het leed was al geschied: er zat een knik in je staart. Voor jij en je broertjes en zusje onderweg waren, was de afspraak dat ongeacht hoeveel kittens het nestje zou bevatten we maar één kleintje zouden houden. Zat er een blue point tussen dan werd het die. Allebei je broertjes bleken een blue point tekening te hebben, jij was een lilac point. Volgens de afspraak zou jij dus verkocht worden. Tegen kostprijs weliswaar, want het nestje kwam er niet om rijk van te worden, maar om nog eens een blue point te hebben.

Die knik in je staart maakte je echter onverkoopbaar. En dus vond mama dat we jou maar moesten houden en je broertjes moesten verkopen. Wij (de kinderen) waren het hier echter niet mee eens en dus bleef jij samen met je oudste broertje.

De familie

De kleinste en felste van het stel was je. Toen we de doos die jullie huisje was zo aanpasten dat jullie er uit konden, was jij de eerste die de ‘wijde wereld’ introk. Later vocht je als een leeuw als er vreemde katten binnen kwamen. Daar waar je broertje verstijfd van angst in een hoekje kroop, ging jij er op af en vlogen de haren in de rondte. Voor de duvel en z’n ouwe moer niet bang was je. Nagels knippen? Je ging er eens lekker bij liggen snorren. Kammen of borstelen om je van de overtollige (losse) haren te ontdoen? Je riep nog net niet “Ga door!! Ga door!!”.

De wijde wereld in!

Mooi was je ook. Dun en sierlijk zoals het een siamees betaamd. En daar waar je broertje de blue point tekening van zijn vader erfde: jij erfde de sik van je oom. De sik die je trotse uitstraling nog versterkte. Pluspunten en complimenten kreeg je die ene keer dat we jullie mee lieten doen aan een wedstrijd. Maar ja… Die knik in je staart hè… Je werd tweede, je broertje eerste.

Sikkie

Gek waren jullie met elkaar. Slapen deden jullie niet elk in een eigen hoekje van de bank. Nee, dat deden jullie op, onder, over en door elkaar. Echte siamezen waren jullie: een kluwen katten. Op schoot gaf dat nog wel eens gedonder want het plekje waar de ander net zat, dát was natuurlijk het lekkerste en dus probeerden jullie dat van elkaar af te pakken.

Opgestaan is plaats vergaan

Over op schoot zitten gesproken. Daar wist je wel raad mee. Je leerde op commando op schoot te springen en liet eindeloos met je sollen. In welke houding je ook werd gelegd: het boeide je niet. Je ontspande, je snorde en genoot van alle aandacht. Kreeg je er toch genoeg van dan wachtte je gewoon even tot onze aandacht iets verslapte en kneep je er tussenuit voor we met onze ogen konden knipperen.

Alle aandacht is goed

Toen je broertje ruim drie jaar geleden doodging, bleef je alleen over. Je schreeuwde om hem, miste hem overduidelijk. Vertederen was het zoals je liep te zoeken. Nog nooit was je alleen geweest dus we vonden het logisch dat je moest wennen.

DSCF0094

Maar naarmate de maanden verstreken werd het niet minder. Gek werden we er af en toe van. Een telefoongesprek werd minstens één keer onderbroken met een “sorry, er gaat hier een kat uit haar dak” en ook gewone gesprekken waren soms amper te doen. Alleen als je sliep of op schoot zat was je stil. Zelfs ‘s nachts ging het geschreeuw door en ook buiten liet je luidkeels horen dat je er was. Het harige alarm begon ik je te noemen.

Ik geef toe dat ik veel op je gemopperd heb de laatste jaren. Je harde stemgeluid was me regelmatig teveel en dat er geen enkele manier leek om je stil te krijgen, was soms behoorlijk frustrerend. In de periodes dat ik voor je zorgde, stopte ik je daarom ook vaak vroeg ‘in bed’. Dan ging je slapen en was het stil in huis.

Het laatste jaar werd het helemaal sappelen. Je was altijd al kritisch over de ‘bakhygiëne’, maar nu plaste je er vaker naast dan in. Zetten we je erin (‘op het potje’) dan deed je nog wel je best. Toch was wel duidelijk dat jouw kaarsje langzaam uit ging. Je bent nooit dik of zwaar geweest, maar nu werd je angstaanjagend mager. Een zakje botten, meer is er niet van je over. Je vacht zag er regelmatig uit als een uitgewrongen dweil. Momenten waarop we dachten: ‘nu is het voorbij’. Eind augustus kwam ik nog langs om afscheid van je te nemen. Je had al een dag of vier niet gegeten dus we wisten het zeker: nu gaat het gebeuren. We knuffelden en lagen samen op de bank. Neus aan neus zoals je het liefste lag.

Afscheid?Hoopje ellende

De volgende dag begon je weer te eten en het leek wel of we het ons hadden verbeeld. Alsof je ons wel eens even zou laten zien wat een sukkels we waren dat we dachten dat je  doodging. Niks daarvan! Oké: voor brokjes haalde je je bevallige neusje op, maar zakjes? Die gingen erin als koek. De laatste weken zelfs twee per dag. Je vacht zat weer mooi. Je snorde als je op schoot zat en je genoot waar je maar kon van de zon.

Genieten van het zonnetje

Alleen werd je incontinent. En erger: je had het niet door. Je plaste ‘s nachts in je bed en bleef er dan in liggen. Je mocht niet meer in de kamer op een stoel of op de bank liggen, want stel dat je ging plassen? Hoe graag we je ook twintig hadden willen zien worden. Hoe graag we je nog op schoot hadden willen hebben. Dit is katonwaardig. Dit wordt lijden.

Vanmorgen knuffelden we nog even. Snorrend zat je bij me op schoot. Eerst nog even neus aan neus. Daarna rustig met je pootjes op mijn arm. Onwetend van wat je te wachten stond. Wat voelde het dubbel. Wat hadden we je die laatste rit naar de dierenarts graag bespaard. Wat hebben we gehoopt dat je er stiekem ‘s nachts tussenuit zou knijpen.

Onwetend over wat er komen gaat

Op 12 maart was je precies 19 jaar en zes maanden. Je bent ouder geworden dan alle andere katten die bij ons hebben gewoond. De vechter die je al bij je geboorte was, ben je altijd gebleven. Nog nooit kwam ik bij mijn ouders zonder dat daar een of meer katten woonden. Het huis, 23 jaar mijn thuis en zo vertrouwd, is raar. De tuin opeens leeg. De kamer stil. Twee derde van mijn leven maakte jij mee. Alle keren dat ik in de woonkamer in een ziekenhuisbed lag en sliep, kwam jij ‘s ochtends bij me liggen. Zo ver mogelijk onder het dekbed en dan maar keihard snorren. Toen ik vorig jaar een paar dagen op je paste en mijn ‘bankdekentje’ mee had, wist je niet hoe snel je er onder moest kruipen.

Hmmm... Dekentje!

Je maakte ons aan het lachen met je fratsen en je slimheid. Je maakte ons gek met je geschreeuw. Je dreef ons daarmee soms tot wanhoop. Maar boven alles maakte je herinneringen. Samen met je broer heb je een onuitwisbare indruk achter gelaten. Jullie waren een bijzonder stel. Samen, maar ook ieder apart. De afgelopen jaren heb je hem moeten missen. Nu zijn jullie weer samen. Naast elkaar begraven, achter in de tuin.

Dag Doenja. Geef je broer een knuffel van ons.

007

Geen krabpaal met mand meer in de keuken.
Geen kat meer op de verwarming.

Lekker warm
Niet meer opletten of de kussens van de stoelen wel omhoog staan (om de zitkant ‘haarvrij’ te houden).
Geen lappen meer over de bank.
Niet meer bij het weggaan denken ‘heeft ze genoeg eten en drinken?’.
Geen kattenbak meer schoonmaken.
Geen ‘schuif eens wat naar voren, ik wil ook op deze stoel zitten’ meer.

Ik wil er ook bij!
Geen waterbakje dat je met de stofzuiger opzij duwt met een waterballet als gevolg.
Niet meer de kaas op je brood in de gaten houden.
Geen elegant gevouwen voetjes meer.

Dametje
Geen etensbakje meer op de keukenvloer.
Geen rammelende kattenluikjes.
Geen ‘weg met die krant / dat tijdschrift / die laptop / dat bord, ik moet op schoot’ meer.

Ik! MOET! OP! SCHOOT!
Niet meer struikelen over een voor je voeten lopende kat.
Geen gemiauw of geschreeuw meer.
Geen neus aan neus zitten meer.

Neusie neusie
Geen nagels in je arm, been of nek omdat ze je zo lief vindt.

Auw!
Geen warme sjaal meer in je nek.

Wat lees jij?Lekker warme sjaalKnuffel
Geen ‘melk trappen’ meer.
Geen zacht gesnor meer op schoot.

Dag poessie. Wat is het stil in huis.

Mooierd

11 gedachten over “Harig alarm”

  1. Sterkte met het grote verlies ondanks de leeftijd. Ik vind het zelfs soms al moeilijk met een vis waar je zelfs al een bepaalde band mee kan hebben, dus laat staan een kat

  2. Ik begreep het nooit, de band die mensen met hun katten hebben… Maar sinds ik er twee heb… wel dus. Sterkte, wat zal het kaal zijn. Komt er geen nieuwe kat meer?

    1. Nee. Katten als deze laatste twee vind je nooit meer en alle andere katten leggen het in de vergelijking altijd af. Plus alles wat er bij komt kijken… Zeg nooit nooit, maar voorlopig is het niet aan de orde.

  3. Doenja was een superkat. Die soms het bloed onder je nagels vandaan haalde, maar met diezelfde nageltjes ook je hart deed smelten. Jullie zullen moeten wennen aan de stilte in huis, nu zonder poezels. Dat heeft tijd nodig. Ze is nu weer herenigd met haar broer en dat is goed zo. Sterkte meis. Dikke knuf! XXX

  4. Och, wat heb je dat móói geschreven! Ik wist niet dat ze eerst altijd samen was geweest met haar broer. En wat zal het nu stil zijn idd. Dat is zo enorm wennen!
    Zo hadden wij altijd een hond. Voordat we Noortje vorig jaar kregen, 4 jaar géén hond gehad. Maar we konden er niet aan wennen. Zo gezellig dat geknuffel enzo.
    Heel veel sterkte hoor!

  5. Wat een groot gemis als een huisdier er niet meer is. Wat een mooi geschreven log over een duidelijk zeer geliefde kat. En de foto’s vertellen ook het hele verhaal.

  6. Wat een lief eerbetoon aan Doenja. Heb er een brok in m’n keel en waterige oogjes van gekregen.
    Sterkte, het is altijd droevig wanneer een huisdier dood gaat.

Reacties zijn altijd welkom!