Tien jaar later

Tien jaar geleden bereidde ik me rond deze tijd voor op de start van mijn eerste studiejaar. Nadat ik in twee jaar eindexamen had gedaan door heupgedoe was ik er helemaal klaar voor om aan het ‘echte leven’ te beginnen. Ik zou gaan studeren en na vier jaar een baan zoeken in het management. Want dat was toch wel het idee waarmee ik aan mijn studie management, economie en recht (MER) begon: management was wel mijn ding.

Zou je me toen hebben gevraagd hoe ik mijn leven over tien jaar voor me zag, dan zou mijn antwoord zijn geweest dat ik hoopte dat ik zo tegen de 30 toch wel een leuke man, een paar kinderen en een leuke baan zou hebben. Maar ja… Ongeveer drie maanden later wist ik al: management is helemaal niet zo mijn ding. Vreselijk vond ik het, al die modellen van hoe bedrijven werken. Hoe mensen met elkaar omgaan. Alsof een mens ooit in een model te vangen is. Voor het maken van een grootboek, balans en jaarrekening mocht je me daarentegen wakker maken en ook van sociaal recht kon ik geen genoeg krijgen.

Het is tien jaar later. Toen ik ‘tegen de 30’ was, was er van dat plaatje niets te vinden. Al maanden ging ik naar bed met de wens de volgende dag niet meer wakker te worden. Al maanden werd ik de volgende dag toch weer wakker. Die wens een handje helpen durfde ik niet. Mijn ratio hield me tegen. “Het wordt wel weer beter. Heus. Het gaat voorbij. Echt waar. Je bent zo’n sterke vrouw. Jij komt hier wel doorheen. Zoals je al die andere dingen ook hebt overleefd.”

Maar de wanhoop groeide. De vermoeidheid nam toe. Weet je hoe moe je wordt van altijd maar sterk zijn? Van altijd maar positief zijn en volhouden dat het wel weer goed komt. Van geen gehoor vinden bij degene die je zou moeten helpen. Dodelijk eenzaam voelde het. Zag ze dan niet hoe ellendig ik me voelde? De gedachten in mijn hoofd gingen met me aan de haal. Ik begon na te denken hoe ik het op kon lossen. Hoe ik uit deze situatie kon komen. Maar ik deed niets. Niets anders dan gewoon maar elke avond weer naar bed gaan en de volgende dag wakker worden.

Tot mijn verjaardag. Dertig werd ik. De gedachten die door mijn hoofd schoten toen ik de visite had uitgelaten, maakten dat ik bang werd. Van mezelf. Voor mezelf. Kort daarna zat ik weer bij degene die me zou moeten helpen. Anderhalve maand eerder had ze me een plan gepresenteerd om mijn ‘probleem’ op te lossen. Een plan zo debiel dat ik het hier niet kan plaatsen. Je zou niet geloven dat het van een professionele hulpverlener afkomstig is. Zij vond eigenlijk dat het hartstikke goed met me ging. Want ik had toch zus en zo gedaan en dat was toch hartstikke goed? Ik zag het niet. Snapte haar niet. Hoe kon ze dat nou zeggen terwijl ik wenste dat alles op zou houden? Gelukkig kreeg ik houvast in de vorm van een hogere dosering medicijnen. Daarmee wetende: nog een paar weken volhouden, dan komt er echt lucht.

En die lucht kwam er. Opeens kon ik weer dingen. Mijn concentratievermogen, al jaren nergens te bekennen, was er opeens weer. Stille verlamming werd enthousiasme. Vechten werd samenwerken. Maar het ging niet vanzelf. Een stapje vooruit werd regelmatig gevolgd door twee stapjes achteruit. Struikelen was ik ook nog niet verleerd en toen mijn therapeut me een paar maanden geleden aanmoedigde om mijn medicijnen te gaan afbouwen, dacht ik echt even dat ik er in zou verdrinken. Maar dan was zij er om me weer aan te moedigen en me naar de kant te trekken zodat ik op adem kon komen. Zij zag wel hoe ellendig ik me voelde. Hoe ik snakte naar een uitgestoken hand en hoe moe ik ben. Nog steeds ja.

Nee, een depressie los je niet op met een pilletje. Daar zet je je niet overheen met de wetenschap dat ‘iedereen wel eens een dipje heeft’. Een depressie is als donkergrijze vitrage die je omsluit. Soms kun je je binnen die vitrage vrij bewegen en glipt er een voorzichtig zonnestraaltje doorheen. Op andere momenten zit het strak om je heen en zie je alleen maar grijs, grijzer, grijst. De dood van Robbin Williams heeft het onderwerp depressie opeens op de kaart gezet. Op internet rolt iedereen over elkaar om uit te leggen hoe heftig depressie is, dat het taboe te groot is en hoe enorm het wordt onderschat door mensen die ‘er niets van begrijpen omdat ze er nog nooit mee te maken hebben gehad’.

Dat het heftig is, en een taboe, onderschrijf ik. Achteraf bezien ben ik al jaren sluimerend depressief geweest voor het vorig jaar zijn top (dieptepunt?) bereikte. En nog steeds hangt die vitrage om me heen. Dat mensen er niets van begrijpen omdat ze er nog nooit mee te maken hebben gehad ook. Waar ik me echter over verbaas is hoe er voorwaarden worden gesteld aan depressief zijn. Door mensen die het zelf zijn. En wat bij mij keihard binnen komt, is de ‘eis’ dat je, om de diagnose depressie te mogen ‘dragen’, niet meer blij mag zijn. “Want als je echt depressief bent, dan kun je niet meer blij zijn. Nog geen seconde.”

Nou. Have I got news for you! Ik heb mijn depressie overleefd omdat ik mezelf dwong om blij te zijn. Omdat ik tegen mezelf bleef zeggen dat, oh hoe cliché, achter de vitrage wolken de zon scheen. En oh, heel lang zei ik dan daarna “leuk gezegd, maar ik schiet er geen ruk mee op”. Ik dwong mezelf om naar buiten te blijven gaan en dingen te doen. Wetende dat ik me van thuis blijven echt niet beter zou gaan voelen, maar eerder nog beroerder want “wat een loser ben ik toch, dat ik heb afgezegd”. En ja. Ik kon keihard lachen en, ja echt, ook keihard genieten. Om een paar uur later dikke tranen te huilen en me ellendig te voelen. Of andersom.

Dat er mensen zijn die zeggen “als je nog blij kan zijn, dan ben je niet echt depressief, dan ben je hooguit verdrietig”, zou me niet moeten boeien. Maar het raakt me. Ja sorry, ik ben ook maar een mens. Ik vind het zo jammer voor de mensen die dit vinden. Want zouden we elkaar niet juist moeten steunen? We zijn lotgenoten! We kunnen van elkaar leren! Er zijn ontelbaar veel wegen die naar Rome leiden, net zoals er ontelbaar veel manieren zijn om om te gaan met depressief zijn. De ene is niet beter dan de andere. De ene depressie is de andere niet en het is ook geen wedstrijdje wie het meest depressief is. “Loser, jij kan nog lachen, echt niet dat jij depressief bent!” Niet nodig toch?

Weet je hoe fijn het kan zijn om dingen bij een ander te herkennen? En hoe fijn het is om dingen van elkaar te leren? Ik zie het dagelijks in mijn ‘werk’. Mag ervaren hoe het is om mensen gerust te stellen. Om de opluchting in hun stem te horen als ik uitleg waarom bepaalde dingen worden gedaan zoals ze worden gedaan. En zie hoe zij elkaar helpen om problemen op te lossen. Zij doen geen wedstrijdje wie de meeste obstakels tegenkomt. Zij helpen elkaar die obstakels te overwinnen. Ongeacht of het er veel of weinig zijn, ongeacht of ze hoog of laag zijn. Gewoon altijd. Omdat ze dingen herkennen in het verhaal van die ander. Omdat ze zich daardoor minder alleen voelen en omdat ze het die ander gunnen dat ook te ervaren.

Ik heb met mijn depressie leren leven door te focussen op genieten van kleine dingen. Van een viooltje dat gewoon tussen de tegels in mijn tuin groeit en bloeit. Van gescharrel in het struikgewas als ik voor de ontelbaarste keer door het park rijd op mijn scootmobiel. Van de geuren en kleuren van de bloemen en planten in de bermen. Door mijn gevoel, vreugde en verdriet, er te laten zijn.

Nee, mijn depressie is nog niet over. Het onderwerp ‘medicatie verder afbouwen’ is voorlopig taboe en ook de therapie is nog niet klaar. Nog steeds voel ik me regelmatig diep ellendig en snak ik naar wegkruipen in een hoekje van de bank. En dat doe ik dan ook gewoon. Want door het er te laten zijn, wordt het lichter. Het wegduwen vreet energie. En die heb ik al zo weinig! Zonde toch?

Zaterdag word ik 31. Ik heb geen man, geen kinderen, geen afgeronde studie en geen baan. En ja, daar ben ik verdrietig om. Soms zelfs onuitsprekelijk verdrietig. Van die tranen waar je bijna in stikt maar die maar niet willen vloeien. Maar weet je? In mijn ‘werk’ lever ik op mijn manier een waardevolle bijdrage. Als mensen me er naar vragen, gaan mijn ogen glinsteren van enthousiasme. Ik vind het nog iedere keer een bijzondere ervaring als mensen mijn input waarderen en serieus nemen. Hoezo stel je niets voor als je geen diploma hebt? Zij vragen er niet naar hoor…

En zou ik oog hebben gehad voor al dat moois om ons heen in de drukte van een ‘normaal’ leven? Zou ik er dan de tijd voor hebben genomen om mijn scootmobiel stil te zetten bij dat gescharrel in het struikgewas om af te wachten tot er een fazantenfamilie uit de struiken komt getrippeld?

Overmorgen word ik 31. Mijn leven is totaal anders dan ik tien jaar geleden had kunnen voorzien. Maar naar omstandigheden doe ik ‘a pretty good job’. En daar ben ik trots op.

Een groter cadeau kan ik me niet wensen.

3 gedachten over “Tien jaar later”

  1. Een heel mooi en indrukwekkend blog. Het is zo gemakkelijk om te oordelen over anderen en jij laat weer ‘ns even zien dat we dat allemaal maar ‘ns gewoon moeten laten. Voor mogen een heel fijne dag!

Reacties zijn altijd welkom!