Afvoerputje

Dit stuk heb ik geschreven op 24 januari 2011 en toen als notitie gepubliceerd op mijn Facebookprofiel.

Al sinds ik op mezelf woon, heb ik een abonnement op een krant. De eerste maanden was dat de Televaag, maar vraag me niet waarom. Ik was ontzettend blij toen het abonnement na een aantal maanden afliep. De mensen die mij goed kennen, weten mijn mening al. Wat een baggerkrant. En dan zeg ik het nog netjes.

Omdat ik een beetje op de hoogte wilde blijven van wat er zich hier in de regio afspeelt, nam ik een abonnement op het regionale dagblad. Maar. Dat was eigenlijk net de Televaag, alleen dan op regionaal niveau. Na een half jaar ging dus ook dat abonnement de deur uit.

Ik ben opgegroeid in een huishouden waar dagelijks NRC Handelsblad in de bus ligt, maar vind het zelf een verschrikkelijke krant. Niet doorheen te komen. Mijn tante bood me een proefabonnement NRC Next aan. Na zes weken was het mij wel duidelijk dat ik die krant een stuk beter te doen vond dan de grote broer en sindsdien heb ik daar dus ook een abonnement op.

Soms heb ik periodes dat ik hem alleen even doorblader, dan lees ik hem weer een tijdje nauwgezet en er zijn ook tijden dat ik er helemaal geen zin in heb. Zo’n ‘bui’ had ik sinds eind september weer, maar ik vond het ook zonde om ze weg te gooien. Het is tenslotte niet bepaald gratis. En omdat de Next niet overheersend het dagelijkse nieuws, maar ook veel opinie brengt, bewaarde ik ze. Stuk voor stuk. Netjes op een stapel en op datum. Die stapel groeide en groeide en langzaamaan werd het een beetje ‘de grap’ bij binnenkomst. “Oh, de stapel ligt er nog” Hmmm. Ja. Grmbl.

De afgelopen weken ben ik aan het opruimen. In huis en in mijn hoofd. En dus is het ook tijd om die stapel aan te pakken. Elke dag wordt hij een stukje lager. Ik spel niet elke krant, maar kijk ze wel allemaal even door en staat er een interessant artikel in, dan lees ik dat. Zodoende viel mijn oog op artikelen over de Wajong in de kranten van 30 september en 14 oktober. Ja, dat is al even terug ja. Gevalletje achter de feiten aanlopen. Voor een ingezonden brief is het dus ook te laat. Maar ik wil er toch wel iets over kwijt.

Dat er iets aan de Wajong moet veranderen, is overduidelijk. Het aantal Wajongers neemt hand over hand toe en daarmee wordt de Wajong een steeds grotere kostenpost voor de overheid. Maar het beeld dat wordt geschetst is een beeld dat mij zeer tegenstaat. Het is kwetsend en denigrerend.

In het artikel van 30 september, “Onaanvaardbaar, onwenselijk, een drama” van Patricia Veldhuis en Michèle de Waard, wordt de Wajong gekwalificeerd als het afvoerpuntje aan de onderkant van de arbeidsmarkt. VVD-Tweede Kamerlid en adviseur van Mark Rutte tijdens de formatie Stef Blok zegt: “De Wajong houdt jongeren levenslang gevangen in een uitkering”. In een stukje over een 23-jarige automonteur staat “Hij is op het nippertje ontsnapt”. De titel: “Bart heeft geluk gehad”.

Het artikel van 14 oktober is ook van Patricia Veldhuis en heeft als titel “Even een uitkering ‘halen’ wordt lastiger”. Ze schrijft dat wie eenmaal gebruik maakt van de ‘regeling’ daar levenslang in blijft hangen. “De Wajong dreigt daarmee het nieuwe afvoerputje aan de onderkant van de arbeidsmarkt te worden, zoals de WAO dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw was. Dit horrorscenario wil het kabinet voorkomen.”

Ik zit sinds 2006 in de Wajong. Dat was bij lange na geen kwestie van ‘even een uitkering halen’ en het voelt ook zeker niet als een gevangenis. Sterker nog. Het is die Wajong die het voor mij mogelijk heeft gemaakt dat ik het huis uit kon en mijn eigen leven kon gaan leiden. Zonder Wajong had ik nu nog thuis gewoond en op de zak van mijn ouders geteerd. Over gevangenis gesproken… (Niets ten nadele van mijn ouders, maar op een gegeven moment wordt het gewoon tijd om ‘zelfstandig’ te worden.) En als ik aan een afvoerputje denk dan zie ik het putje in de douche voor me. Waar ik elke week een heleboel haren uit moet vissen. Blegh. Gatver.

Tuurlijk zijn dit een paar zinnen uit twee artikelen. Tuurlijk wordt er in beide artikelen meer gezegd, maar nergens worden de positieve kanten van de Wajong genoemd. Nergens kiest men andere woorden. Nergens lees ik dat het bedrijfsleven hier een bijdrage aan kan leveren door mensen die niet perfect zijn een werkplek te bieden. Het zijn de scholen die moeten zorgen dat hun leerlingen in staat zijn om ‘gewoon’ aan het werk te gaan, ongeacht of iemand iets mankeert waardoor er blijvend een bepaalde aanpak nodig is. Dat een zeer groot deel van de bedrijven daar helemaal niet voor open staat en je het als gehandicapte altijd aflegt tegenover ‘gewone’ werknemers, wordt voor het gemak maar vergeten.

Ik weet dat ik niet hoor bij die 70% waarvan wordt gezegd dat ze ‘gewoon’ aan het werk kunnen. Ik weet ook dat ik me er niet persoonlijk door aangesproken hoef te voelen. En zoals gezegd: er moet absoluut iets veranderen. Maar het is toch nergens voor nodig om te doen alsof de Wajong iets vies is waar je met een grote boog omheen moet lopen en waar je bang voor moet zijn?

Uiteindelijk is er niemand die voor de lol een uitkering aanvraagt. Sterker nog: er zijn genoeg mensen die het aanvragen van een uitkering als een horrorscenario zien. Elke Wajonger is een mens. Met een, soms zeer gecompliceerd, leven voor zich. Met toekomstplannen die al dan niet haalbaar zijn. Met mensen om zich heen die van hem of haar houden, of ze nou wel of niet ‘gewoon’ aan het werk kunnen. Ik vind het jammer dat daar in de hele discussie aan voorbij wordt gegaan. Dat hebben we niet verdiend. Ook al zijn we met bijna 200.000.

Overigens is NRC Next niet alleen in het gebruik van dit soort termen als het om de Wajong gaat. Ook in de politiek en in andere media wordt de Wajong neergezet als iets vreselijks.

Eén gedachte over “Afvoerputje”

Reacties zijn altijd welkom!