Laat het licht maar aan

“Zo! Nu kan het licht uit!”

Het was het eerste wat ik dacht toen ik de deur dicht deed nadat ik de laatste visite voor mijn dertigste verjaardag had uitgezwaaid. Een paar dagen later zat ik bij mijn huisarts om maar even bij te praten over hoe het ging nu ik sinds een paar maanden een lage dosering antidepressiva slikte. Het zal u vast niet verbazen: de dosis ging omhoog (van 10 mg naar 20 mg) en mijn hoofd langzaam maar zeker ook weer.

Een jaar later halveerde ik, aangemoedigd door mijn therapeut, de dosering weer. Een week of zes balanceerde ik op een randje waar ik best wel zenuwachtig van werd. Alleen doordat binnen een week de bijwerkingen waar ik al een jaar last van had verdwenen en met mijn hulp van mijn therapeut wist ik vol te houden tot ik weer stevig stond.

Vorig jaar april besloot ik in overleg met diezelfde therapeut het afbouwen voort te zetten. Maar dit keer in kleinere stapjes om die heftigheid te vermijden. Na vier maanden was het randje zo smal geworden dat het me niet meer lukte om te blijven balanceren. Van 5 mg terug naar 10 mg. Minimaal drie maanden. Tegen de tijd dat die voorbij waren was het herfst en wist ik: no way dat ik nu opnieuw ga proberen om weer af te bouwen.

Het was in die herfst dat ik na lang aandringen bij mijn huisarts mocht starten met injecties met vitamine B12. Voorzichtig merkte ik hier en daar lichamelijke verbetering. Heel licht en fragiel. Onzeker voelde het. Is het inbeelding of is het echt? Is het tijdelijk of blijft het?

Het is het verhaal van de afgelopen tien jaar. Achteruit gaan, stil staan, opknappen, achteruit gaan, stil staan, opknappen, achteruit gaan, stil staan, enz. Het was de basis van de depressie. Want blijf maar eens overeind met al dat van richting veranderen en iedere keer maar weer opnieuw beginnen met een nog slechter uitgangspunt dan de vorige keer.

Begin dit jaar, op 23 februari om precies te zijn, nam ik in plaats van 10 mg Paroxetine maar 7,5 mg. Stoppoging twee was een feit. Net als vorig jaar was het plan om elke stap van 2,5 mg 40 dagen te laten duren. Bijna zes weken, de termijn die in het algemeen staat voor het wennen aan een nieuwe dosering, en lekker makkelijk: per stap exact 3 strippen, 2 strippen en 1 strip. Vorig jaar was het de eerste vier weken best een beetje lastig. Hard werken. Ik ging ervan uit dat dat nu weer zo zou zijn, maar ik was vastbesloten om er voor te gaan.

Maar er gebeurde niets. Geen iets te diep dipje. Geen kort (of verdwenen) lontje. Geen onbedwingbare huilbuien. Geen paniekaanvallen. Wel drukke dagen, chagrijnige dagen, leuke dagen, saaie dagen, verdrietige dagen, huilen van het lachen dagen, zware dagen, vermoeide dagen en heel veel gewone dagen.

Dus op 3 april ging ik naar 5 mg per dag. En toen het bovenstaande zich herhaalde op 13 mei naar 2,5 mg per dag. En weer herhaalde zich het bovenstaande. Op 21 juni zou ik, zo was mijn plan, voor het laatst 2,5 mg Paroxetine slikken.

Maar toen vulde mijn agenda zich in juli met een aantal zware dagen kort achter elkaar. Heel zware dagen. En ondanks dat het allemaal zo fluitend ging, durfde ik de gok niet te wagen. Want stel dat die laatste stap, het wennen aan niets meer slikken, toch wat moeilijker zou gaan dan zou dat precies samenvallen met die zware dagen.

En dus besloot ik: de laatste zware dag, 15 juli, is de laatste dag dat ik Paroxetine slik. Om vervolgens op 12 juli een maagvirus te krijgen, nauwelijks te kunnen eten en op 14 juli de plannen voor 15 juli te annuleren om als een amoebe op de bank te hangen. En zo kwam het dat ik, zonder het op dat moment te weten, op 13 juli voor het laatst Paroxetine slikte. En dat in de pillensplijter twee stukjes overbleven.

Restanten van...  Altijd wat te slikken.

Stukjes die ik niet weg durfde te doen. Zoals ik ook de aangebroken strip en het doosje in mijn ‘dagelijkse pillen’mandje liet liggen. De stoppoging zou pas afgerond zijn als ik zes weken ‘zonder’ was. Tot die tijd liet ik alles bij het oude. Ik ben niet bijgelovig, maar neem wel graag het zekere voor het onzekere en je weet maar nooit. 😉

Gister waren die zes weken om. En net als bij de eerdere stappen gebeurde er niets. Het leven leefde zichzelf zoals het dat doet en ik kon er zonder moeite in mee. En op de momenten dat ik het toch eens moeilijk had, omdat verdriet soms zomaar om de hoek komt kijken en je even tegen de muur kwakt, wist ik dat het tijdelijk was. Dat ik alleen maar rustig hoefde te blijven om het de ruimte te geven en dat het daardoor weer naar de achtergrond verdwijnt.

Eergister was het precies een half jaar geleden dat ik begon met afbouwen. Samen met mijn ouders zat ik die dag op het terras van een strandpaviljoen. We kwamen er om mosselen te eten. Na een prachtige dag met stralend weer volgde een gezellige avond met een prachtige zonsondergang.

Mosselen!

En we proostten. Op de Paroxetine, die me hielp om het licht weer te gaan zien. Op de vitamine B12, die mijn lichaam helpt overeind te blijven en die het leven lichter maakt (want ohja: een van de symptomen van een B12-tekort is depressie…). En op mij. Omdat ik het gered heb. Omdat ik ben gegroeid en heb geleerd hoe ik mijn sterk zijn zo kan inzetten dat het vol te houden is.

Proost!

De tijd zal leren of het voldoende is geweest, maar ik ben vol vertrouwen dat ik het kan. En zo niet? Ach. Dan is er ook geen man over boord. Zolang het enige licht dat ‘uit gaat’ maar dat van de zon is. Bij zonsondergang. Want daarvan weet je dat het altijd weer aan gaat.

2016-08-23 20.36.50

7 gedachten over “Laat het licht maar aan”

Reacties zijn altijd welkom!